Bescherming tegen kattenziekte houdt na eenmalige vaccinatie van oudere dieren drie jaar aan.
Niesziekte is een verzamelnaam van meerdere ziekteverwekkers. Met name het Calicivirus en het Herpesvirus spelen een hoofdrol.
Het Calicivirus en Herpesvirus geven met name niezen, vermagering, verminderde activiteit, zweren op tong en mondslijmvlies en oog- en neusuitvloeiing.
Kattten moeten op 9 en 12 weken
leeftijd worden gevaccineerd . Daarna is jaarlijkse vaccinatie
voldoende.
Vaccinatie schema Kat
|
Leeftijd |
Vaccineren tegen |
Vaccinnaam |
|
9 weken |
Niesziekte (Herpes, Calicivirus) + Kattenziekte |
Nobivac Tricat |
|
12 weken |
Niesziekte (Herpes, Calicivirus) + Kattenziekte |
Nobivac Tricat |
|
1 jaar |
Niesziekte (Herpes, Calicivirus) + Kattenziekte |
Nobivac Tricat |
|
2 jaar |
Niesziekte (Herpes, Calicivirus) |
Nobivac Ducat |
|
3 jaar |
Niesziekte (Herpes, Calicivirus) |
Nobivac Ducat |
|
4 jaar etc. |
Niesziekte (Herpes, Calicivirus) + Kattenziekte |
Nobivac Tricat |
Katten die in grote groepen leven (pension/cattery) moeten uitgebreider worden gevaccineerd, de bacterie Bordetella en Chlamydia spelen dan namelijk ook een rol.
Katten die mee gaan naar het buitenland, moeten ook een Rabies vaccinatie krijgen.

Zeker voor katten die veel buiten zijn en muizen vangen is 4 keer per jaar ontwormen erg belangrijk.
Jonge kinderen zijn erg gevoelig voor worminfecties van de hond/kat o.a. ook via zandbakken en dergelijke, daarom is het voor gezinnen met jonge kinderen van belang een dier 4x per jaar te ontwormen.
Voor katten die moeilijk zijn met de opname van tabletten, bestaat er een pipet die op de huid kan worden toegediend.